BijzonderStrafrecht Advocatuur
Afbeelding1.png

Hulp bij verhoren

Instructies verhoor verdachte

 

Indien u als verdachte bent opgeroepen in een strafzaak kunnen de navolgende instructies in acht worden genomen bij het beantwoorden van de aan u gestelde vragen:

  • U bent als verdachte niet verplicht antwoord te geven op de aan u gestelde vragen. Dit geldt voor alle vragen. Ook vragen over, bijvoorbeeld, uw persoonlijke omstandigheden hoeft u dus niet te beantwoorden als u dat niet wilt. U hoeft nooit uit te leggen waarom u een vraag niet wilt beantwoorden. Voldoende is als u zegt “Ik wil geen vragen beantwoorden en beroep me op mijn zwijgrecht.”;
     
  • Uw recht geen verklaring af te leggen is niet ‘alles of niets’. U kunt er dus ook voor kiezen om op sommige vragen wel en op sommige vragen geen antwoord te geven. Ook hier geldt dat u niet hoeft uit te leggen waarom u soms wel en soms geen antwoord wilt geven;
     
  • Een eventuele voorbereiding van het verhoor met uw advocaat en/of andere contacten met een advocaat zijn vertrouwelijk. Nog afgezien van uw zwijgrecht hoeft u op vragen die over dergelijke contacten gaan dus geen antwoord te geven. Het is ook gebruikelijk dat vragen hierover niet beantwoord worden, zelfs indien de andere vragen wel beantwoord worden. U kunt bij uw weigering te antwoorden op dergelijke vragen desgewenst volstaan met een verwijzing naar de vertrouwelijkheid van advocaat-cliënt contact;
     
  • Houd uw antwoorden zo kort en bondig mogelijk. Beantwoord alleen de gestelde vraag. Wijd in uw antwoord niet onnodig uit over zaken waar niet naar gevraagd is;
     
  • Luister goed naar de vraag en bedenk wat u gaat antwoorden voordat u begint met praten. Laat zo nodig een stilte vallen;
     
  • Indien u stukken worden getoond of andere verklaringen worden voorgehouden, wacht dan altijd de vraag af en begin niet meteen met verklaren. Bedenk dat hetgeen u wordt voorgehouden wellicht uit de context wordt gehaald. Indien de context van het getoonde onduidelijk is, vraag dan om een nadere toelichting;
     
  • Uw antwoord dient een weergave te zijn van feiten en omstandigheden die u zelf heeft waargenomen of ondervonden. Over wat anderen wisten, dachten of vonden kunt u dus in beginsel niet verklaren. Dit is uiteraard anders als u die mening, bijvoorbeeld, ergens gehoord of gelezen hebt maar geef in zo’n geval duidelijk aan wat de bron van uw kennis is (“Ik weet dat hij er zo over dacht omdat hij mij dat verteld heeft…”; “Dit schreef zij in een e-mail aan mij…” etc.);
     
  • Maak nadrukkelijk een onderscheid tussen kennis van toen en kennis van nu. Benoem dit ook in uw antwoorden. Geef aan wanneer u zich zaken niet zo goed kunt herinneren. Ga nooit speculeren als u het antwoord niet meer kunt herinneren;
     
  • Uw antwoorden op de vragen dienen geen meningen, conclusies of gissingen van uw zijde te bevatten. U verklaart immers over de feiten en omstandigheden die u zelf heeft waargenomen of ondervonden. Vermijd uitdrukkingen als ‘ik vind’, ‘ik denk’, ’volgens mij’ etc.;
     
  • Bevestig geen stellingen, conclusies of gissingen van de opsporingsambtenaren. Of de opsporingsambtenaren terecht bepaalde conclusies trekken is niet aan u maar – mocht het zover komen – de rechter;
     
  • Zorg dat u de vraag goed begrijpt. Verzoek desnoods de vraag te herhalen dan wel te verduidelijken op bijvoorbeeld bepaalde onderdelen;
     
  • Alles wat u zegt gedurende een verhoor kan worden opgenomen in een proces-verbaal. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld opmerkingen voorafgaand, in de pauze of na afloop van het verhoor. Een zogenaamde ‘off the record’ verklaring bestaat dus niet;
     
  • Het is niet mogelijk een eenmaal afgelegde verklaring later ‘in te trekken’. Controleer daarom zorgvuldig het proces-verbaal dat van het verhoor wordt opgemaakt. Verzoek waar nodig het proces-verbaal aan te vullen of te corrigeren. Indien de opsporingsambtenaar uw correcties niet wil overnemen, zorg dan dat hiervan een opmerking wordt gemaakt in het proces-verbaal. Wordt dit geweigerd schrijf uw opmerkingen er dan zelf bij met pen. Wordt ook dat niet toegestaan dan kunt u, in overleg met uw advocaat, desnoods weigeren het proces-verbaal te ondertekenen. In dat laatste geval is het wel van belang dat na afloop van het verhoor alsnog zo spoedig mogelijk uw opmerkingen schriftelijk worden doorgegeven aan de opsporingsambtenaar en/of het openbaar ministerie.